Dienstregeling, waarom eigenlijk?

Een van de meer wezenlijke drijfveren om te komen tot een dienstregeling bij modelbanen, is dat je het idee hebt dat je in de verste verte niet alles uit het met veel moeite gebouwde modelemplacement haalt wat er in zit. Zo kunnen bijzondere inhaalmanoeuvres slechts plaatsvinden als alle betrokken treinen toevallig op de juiste tijd op de juiste plaats zijn en met wat pech zie je het nooit gebeuren. Ook is het openen van spoorbruggen niet goed mogelijk als er niet ergens een ‘gat’ in de treinenloop wordt vrijgehouden. Als de brug zomaar willekeurig open gaat, zal dat al gauw een file opleveren. En hoe krijg je een station op zeker moment helemaal vol en even later helemaal leeg, net als in werkelijkheid? Het is een heel fraai gezicht vier treinen paarsgewijs tegelijk uit een station aan een dubbelsporige hoofdlijn te zien vertrekken. Maar dat alles moet je wel plannen om het ook nog herhaalbaar te maken. Dan kun je immers ook het publiek wijzen op wat ze straks gaan zien. Al deze dingen zijn alleen maar mogelijk als je ze organiseert. En dat is precies het voordeel dat een dienstregeling biedt!

De belangrijkste kenmerken van dienstregelingen zijn:
- ze geven een geplande en dus herhaalbare situatie weer;
- ze eindigen zoals ze begonnen: met gelijke of vergelijkbare treinen op bepaalde posities.

Aan een dienstregeling kun je allerlei extra eisen verbinden. Bijvoorbeeld dat iedere trein een logische beweging moet maken, eventueel zelfs tijdperkgebonden. Als je ’s morgens met oudere treinen rijdt dan ’s middags, vergt dat veel meer van de maker van de dienstregeling, want in de jaren zeventig werd er veel meer met getrokken materieel gereden dan tegenwoordig. Getrokken materieel reed toen zelden achteruit. Dat gebeurt thans pas op grotere schaal in trek-duwtreinen. Theoretisch kan dit allemaal, maar hoe regel je dat ook echt?

In dit stukje worden de onderscheiden stappen systematisch beschreven. Ook al is de formulering van de stappen systeemafhankelijk, de logica staat er los van. Er wordt net als bij de spoorwegen uitgegaan van een (klassiek) bloksysteem. Er is dus geen sprake van een ‘met de trein meebewegend’ blok, zoals we mogelijk in de loop van deze eeuw bij de echte spoorwegen nog zullen meemaken. Het door de schrijver gebruikte systeem is MpC, van Gahler en Ringstmeier. Dat is een 'gewoon' 100% beveiligd bloksysteem, waar bovenop (met enige moeite) een dienstregeling is geïmplementeerd.

De logica waarop wij onze dienstregeling maken is afgeleid van wat in vroeger tijden door de spoorwegen per traject op vergelijkbare wijze gemaakt werd. Men moest destijds immers op een of andere manier in één oogopslag kunnen zien of er op zeker moment nog een trein extra kon rijden, c.q. waar men eventuele extra treinen moest laten wachten voordat er verder kon worden gereden.

De dienstregelingen in het fotoalbum hebben allemaal bij een bepaald baanontwerp gefunctioneerd. Die staan ook in het fotoalbum. Op de x-as staat de tijd (een benadering), op de y-as de in dat ontwerp beschikbare blokken. De betreffende nummers kom je dus ook op het baanontwerp tegen. Een trein (een lijn met een bepaalde kleur) rijdt van links naar rechts in het diagram. Staat hij stil dan is de lijn horizontaal, rijdt hij, dan gaat hij schuin door het blokje. Hoe steiler de lijn, hoe harder hij rijdt.
Er kan natuurlijk maar een trein tegelijk in een blok zitten en om ook te kunnen rijden is het volgende tijdsblokje leeg gehouden. Doe je dat niet, dan zal er daar een file ontstaan, want er zal door het MpC-systeem nooit meer dan een trein in een blok worden toegelaten.

Het maken van de dienstregeling (DR) is dus een logische puzzel, de goede afwikkeling op een tentoonstelling een triomf!

De basislogica voor de afwikkeling van een dienstregeling is niet moeilijk:
- Een trein rijdt totdat hij ofwel even bij een station moet stoppen, ofwel hij moet wachten tot een andere trein die volgens dienstregeling voor hem moet vertrekken,
- hem toestemming geeft om verder te rijden.
- Dit wordt bijgehouden door volgnummers, zodat je makkelijk kunt zien waar een hapering zit.

De dienstregeling is dus onafhankelijk van echte (vertrek)tijden. Als treinen langzamer rijden, duurt een dienstregeling ook automatisch langer. Omdat we tegenwoordig filmpjes maken, is het extra van belang dat de dienstregeling gewoon doorgaat. In schaal N rijdt het al gauw te hard en dat zie je op filmpjes heel duidelijk.

Het is de kunst met zo weinig mogelijk vertrekpunten toch een 100% sluitende dienstregeling te maken. Hoe korter de dienstregeling, hoe makkelijker de puzzel natuurlijk is. Maar met een grote baan gaat het al gauw om 80 vertrekpunten. Goed testen voor een tentoonstelling is dan ook nodig.